Bouwinstructies voor de nestkasten
Afdrukken van de bouwtekeningen.
U kunt de bouwtekening van een of meer van de kasten met behulp van uw eigen printer afdrukken.
Hoe doet u dat?
Ga daarvoor naar 'Bewerken' (links boven in de grijze balk op het scherm) en klik daarop.
Kies 'Alles selecteren' en klik daarna opnieuw op 'Bewerken' en dan op 'Kopiëren'.
Open nu uw tekstverwerkingsprogramma (b.v. WORD) en open een nieuw document
(druk op 'Bestand',
dan op 'Nieuw' en tot slot op 'OK'). Kies in WORD 'Bewerken' en klik op 'Plakken'.
Nu staat de gehele tekst van de bouwtekeningen in het WORD-document. Vervolgens kunt u dit afdrukken.
Druk daarvoor op 'Bestand', en dan op de knop 'Afdrukken'.
Materialen
Voor alle modellen zijn planken en multiplex (van 10 tot 20 mm dik) bruikbaar, mits
vochtdoorlatend (dus géén betonplex, dit geeft condens, daarvan kregen de
uilen een klef nat verenpak in zo’n kast. Dit broedsel mislukte al in de
eifase) Informeer bij een timmerwerkplaats naar korte afvalstukken, of scharrel
daar een kwartiertje in de afvalcontainer, dan vind je meestal meer hout dan
voor één nestkast nodig is. Ook hoeft niet alles mooi te passen: kieren zorgen
voor de broodnodige ventilatie, die in veel nestkasten helaas volkomen
ontbreekt. Veel ellende van natte nesten is het gevolg van gebrek aan
ventilatie.
Klassiek model
Als "basis" nemen we een stuk balkhout van ongeveer 40 cm. Dit zagen we door midden en daarvan maken we een
V-vorm (zie tekening) Na het uitkappen van het overtollige hout schroeven of spijkeren we dit vast op elkaar.
Op deze basis worden vervolgens de ongeveer 70 cm lange planken die de schuine zijwanden gaan vormen, vastgezet
op 1/3 van de lengte, zodat 2/3 overblijft voor de nestholte!!
Als beide zijwanden vastzitten, is al een stevige goot ontstaan, waar voor aan het vierkant met het vlieggat
(7 cm) tegenaan komt. Achteraan worden de zijwanden verbonden met een driehoekig stuk hout op 2 cm van de
einden (zie tekening). Deze driehoek houdt later ook de laag strooisel tegen, die als de kast al in de boom
hangt in de voorkamer + nestholte komt te liggen.
Achter deze driehoek past dan het vierkante uitneembare achterluik, dat met een paar spijkers in de kopse
kanten van de zijwanden (die daarna omgeslagen worden - zie tekening) vastgezet wordt.
Mocht als alles klaar is het luik te veel rammelen, draai de spijkers opzij, neem het luik er weer uit en zet
er een iets groter stuk golfkarton tussen, zodat de achterkant geheel afgesloten wordt. Dit is ideaal voor
de winter als extra ventilatie niet wenselijk is. Bij de controle in de 3e week van mei wordt dit
stuk karton weer verwijderd om extra ventilatie te geven aan de opgroeiende grijze jongen.
Het dak steekt aan alle kanten iets over om het regenwater goed af te voeren en de wanden droog te houden.
Dakbedekking is altijd wenselijk met vijverfolie of ander waterdicht materiaal. Tot slot wordt de buitenkant
gebeitst.
Ondanks de kritiek op dit type kast, heeft het model diverse voordelen.
Mits voldoende lang en voorzien van een "zonnebalkon" voldoet hij uitstekend, is elegant en gaat lang mee.
Vuistregel kan zijn dat als de hele arm via het achterluik over de “basis” in de kast gaat, de vingers tot bij
de invliegopening moeten kunnen komen. Als afwerking is het goed de ruimte boven de overstap van de
1e kamer naar de nestholte te verkleinen met een driehoekig stukje hout, waardoor de overstap voor
de uil vlak wordt (zie tekening). Onze hand moet er echter nog wel door kunnen. Tot slot moet men de scherpe
randen van de vliegopening even schuren.

"Winter"-kast voor solitairen
Dit is eigenlijk een verkleind KLASSIEK model MET BALKON, dat te klein is als nestkast. Steenuilen prefereren
lange smalle holten in het koude jaargetijde en ook uitvliegende jongen huizen nog 2 maanden in het ouderlijk
territorium en behoeven onderdak. De holte waar ze in opgegroeid zijn is meestal te vies om met een tang aan
te pakken en zit ook nog vol met parasieten. Uit dat oogpunt dient een goed territorium de uilen een vijftal
holten te bieden.
Materiaal: een paar oude ongeverfde planken van ongeveer 15 cm breed en 50 tot 75 cm lang, dakplaten van b.v.
multiplex 10 mm dik en 17 a 19 cm breed en iets langer dan de kast uitvalt en verder wat andere kleine
houtstukken uit de afvalcontainer van een timmerwerkplaats.
Bouw: op 17 cm van het einde van de zijplanken het vierkant (15x15 met vlieggat plaatsen. Aan het andere einde
komt het achterluik. Gekozen kan worden tussen vaste dakplaten waarover vijverfolie met dan wel een uitneembaar
achterluik (zie klassiek model) of voor een vaste achterkant, dan moet één van de dakhelften open kunnen.
Doordat het dak al ver over het vlieggat steekt (balkon) valt er weinig licht in de slaapholte. Nog
aantrekkelijker voor de uil is het om de kast langer te maken en een extra tussenschot aan te brengen zoals
dat bij nestkasten gebruikelijk is. (minimale afstand tussen de schotten is 18 cm)
Het verwijderen van het balkonvloertje in het voorjaar houdt helaas de kauwen niet tegen en dit vloertje kan dus gewoon een deel van de bodem worden. Eén dakhelft wordt afneembaar gemaakt. Dat is makkelijk schroeven bij de plaatsing op een dikke tak dwars door de bodem heen, later ook makkelijk voor inspectie. Een paar stukjes panlat worden zó aan de binnenkant van de losse dakhelft gelijmd dat ze passen tussen de vóór- en achterwand. Daarna worden beide dakhelften in de juiste positie gezet. Onder de losse dakhelft worden gaten geboord door vóór- en achterwand, die meteen doorlopen door het stukje panlat.Als hierdoor een spijker gestoken wordt, zit de dakhelft vast. Bij inspectie (eerst een prop in het vlieggat!) worden de spijkers weggetrokken en wordt voorzichtig de nok op een kier gezet en van boven in de kast gegluurd.
(Hou rekening met verstoring in de tijd dat er nog geen jongen opgroeien of wacht tot ná half mei. Vuistregel: Kasten niet openen als er geen blad aan de bomen zit !)

Dakbedekking zagen wij van afval vijverplaten die op de nok los tegen elkaar moeten passen. Platte daken zijn
wel veel makkelijker te maken maar water kruipt door adhesie en wind via de onderrand naar de zijwanden
(beperking levensduur) en zelfs in de kast. In één geval ging hierdoor een heel nest jongen verloren.
Ook gaan katten een plat dak gebruiken als ligplaats.
Tot slot: de platte nestbodem (liefst iets naar achteren hellend) wordt voorzien van een dikke laag (5 cm)
strooisel, zodat de uilen er een goede kuil in kunnen krabben waarin de eieren bij elkaar blijven en niet
gaan rollen!
Timmerman Nico Willemsen uit BAAK heeft veel van dit soort kasten gemaakt, echter met alternatieve afmetingen:
Bodem 28 x 50, zijwanden 20 cm hoog, dakhelften 30x56, dakhelling 30 graden. Naast de dichte stand kan door
een extra spijkergat in de stukjes panlat de losse dakhelft ook op een kier van 15 mm. boven de zijwand gezet
worden, zodat in de 2e helft van mei de jongen in de kast kunnen opgroeien met meer ventilatie.
In de herfst wordt dan het dak weer in de dichte stand gezet tegelijk met de schoonmaakbeurt.

Afmetingen: bodem ongeveer 44 x 45 cm, zijwanden 36 hoog, balkonvloertje op halve hoogte en paar cm
overstekend over de onderste ingang (die kan als “kauwensluis” dienen als de gang erachter tot 8 cm versmald
wordt) Bovenste ingang sluit aan op een smal gangetje met uitgang achteraan op 12 tot 15 cm boven de bodem
(waar dan nog 5 cm strooisel op ligt.
N.B. Balkonvloer liefst opklapbaar maken, met iets afschot, afdekken met dakleer en laten oversteken voor de
afwatering. Sluiten met haakje.
Dak: de helft aan de weerkant zit vast en die aan de oostkant wordt opklapbaar gemaakt met scharnieren op de
nok. Verder moet het hele dak afgedekt worden met vijverfolie.
Zeer makkelijke CONTROLE door balkonvloertje iets op te tillen en over de "kauwensluis" heen in de nestholte
te kijken. Meteen is dan in enkele sec. duidelijk, zonder veel verstoring, wat erin zit. Ideaal voor plekken
met gebrek aan andere holten. Beide uilen (man en vrouw) worden vaak samen erin gezien.